Gewetensconflict

 

Drama van gehoorzaamheid

 

De gepensioneerde Australische jurist Kieran Tapsell heeft in 2014 met zijn boek <Potiphar’s Wife: The Vatican’s Secret and Child Sexual Abuse> voor iedereen duidelijk willen maken hoe de  Katholieke Kerk door de eeuwen heen geworsteld heeft met kindermisbruik door priesters. Een artikel van hemzelf met meer dan 100 verwijzingen naar geraadpleegde literatuur vindt u  here)

 

In de volgende samenvatting vinden lezers wellicht een verklaring voor het feit dat soms zeer gewaardeerde bisschoppen hebben kunnen nalaten wat ze hadden moeten doen.

 

Mr Ed H. Schreurs

 

Voorgeschiedenis

 

In 306 noemde het Concilie van Elvira het misbruik van kinderen een doodzonde die bestraft moest worden met levenslange excommunicatie en overdracht aan de burgerlijke overheid. Gedurende 15 eeuwen bleef die regeling nagenoeg intact. Toen de paus in 1200 kerkrechtelijke wetten uitvaardigde voor bisschoppen en priesters, ging hij er van uit dat de burgerlijke overheid de straf voor kindermisbruik van priesters vast zou stellen en ten uitvoer zou brengen, Dit betekende in veel gevallen een veroordeling tot gevangenschap, onthoofding of dood op de brandstapel. Die regeling is zo gebleven tot de voorvorige eeuw. De samenwerking tussen kerk en staat was geen vaste regel meer. De Kerk heeft toen gezocht naar een manier om haar priesters te beschermen tegen bevooroordeelde rechters. Later is ook het voorkomen van nadelige publiciteit een rol gaan spelen.

 

Vanaf 1842 kon het Heilig Officie voortaan priesters die spijt betuigden van hun misstap, ontslaan van de canonieke verplichting om zich aan te geven bij de burgerlijke overheid en wel in landen, waar scheurmakers, ketters of Mohammedanen de rechtspraak beheersten.

 

In 1866 decreteerde Pius IX dat procedures van kindermisbruik door priesters strikt geheim moesten blijven. Ook moest terughoudendheid worden betracht bij het degraderen van wereldgeestelijken wegens dergelijke misstappen.

 

De geheimhoudingsplicht is in 1890 door Leo XIII verder aangescherpt. Getuigen zouden moeten worden opgeroepen op verschillende dagen, moesten onder ede tot geheimhouding worden verplicht en ze mochten slechts ondervraagd worden op een niet openbare plaats. Niet alleen de procedure maar ook de feiten moesten geheim blijven.

 

Pius X heeft  in 1904 een en ander vast laten leggen in Canoniek Recht. Alle oude decreten die eisten dat  priesters die schuldig werden bevonden aan misdaden, hun functie moesten kwijt raken en overgedragen moesten worden aan de burgerlijke overheid, werden opgeheven, niet alleen in bepaalde landen maar overal ter wereld. Zij die kinderen zouden hebben misbruikt, zouden alleen ontslagen mogen worden in meer ernstige gevallen. Het decreet Crimen sollicitationis uit 1917 schreef een  pastorale benadering voor, die voor overtreders nieuwe  kansen moest opleveren. Het probleem van recidivisme werd onderschat. Het zou pas escaleren in de jaren 1960 en volgende.

 

Pius XI decreteerde dan ook alsnog in 1922 dat bisschoppen een geheim dossier  van elk kindermisbruik moesten aanleggen en dat dit dossier na tien jaar of bij de dood van de priester diende te worden verbrand. Wie de geheimhoudingsplicht zou schenden, zou automatisch geëxcommuniceerd zijn.

 

Rond die tijd ontstond de overtuiging dat priesters eigenlijk door hun wijding wezenlijk andere mensen waren geworden, mensen die wel fouten maar geen misdaden konden begaan. In Katholieke landen zoals Letland, Polen, Italië, de Dominicaanse Republiek, Colombia en Spanje konden priesters die kinderen hadden misbruikt, daarom hooguit veroordeeld worden tot opsluiting in een klooster.

 

De geheimhoudingsplicht was tot 1962 slechts toepasselijk op misbruik door wereldgeestelijken. Paus Johannes XXIII  heeft haar in dat jaar ook toepasselijk gemaakt op gevallen dat paters kinderen hadden misbruikt.  Misbruik mocht aan niemand worden doorgegeven, niet aan de politie waar dan ook, niet door betrokkenen en evenmin door iemand die toevallig  kennis had genomen van nieuwe bezwaarlijke feiten.

 

Paulus VI maakte de regeling in 1974 ook van toepassing op kloosterlingen die geen priester waren. Hierdoor groeide het toepassingsgebied met 250%.

 

Toen publiciteit rond recidivisme al enorme omvang had aangenomen, maakte paus Johannes Paulus II het ontslag van degenen die kinderen hadden misbruikt in 1974 met een nieuwe regeling nagenoeg onmogelijk. Stilaan kwamen echter langs andere wegen schandalen aan het licht en in de publiciteit.

 

In 2010 decreteerde Benedictus XVI nog dat dezelfde geheime procedure in acht diende te  worden genomen wanneer pornografie werd aangetroffen of wanneer de misbruikten geen kinderen maar geestelijk gehandicapte volwassenen zouden zijn. 

 

Ommekeer

 

Eveneens in 2010 werd een instructie aangekondigd in welke gevallen de bisschoppen de overheid dienden in te lichten. Daar gingen noodkreten aan vooraf.  Ierse bisschoppen vroegen in 1996 om het doorgeven van elk geval van kindermisbruik verplicht te stellen. Dat verzoek werd afgewezen als in strijd te zijnde  met Canoniek Recht. Australische bisschoppen negeerden Canoniek Recht en stelden het melden verplicht. Britse bisschoppen wilden verplichte rapportage in 2001. Amerikanen vroegen er om in 2002. Dit maal stemde Rome er mee in daar waar plaatselijk een wettelijk verplichting tot rapporteren bestond op straffe van gevangenschap  In 2014 liet de afdeling Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van zich horen. Zij eiste van de Kerk dat zij de geheimhoudingsplicht zou laten vallen. Paus Franciscus stelde daar tegenover dat het verplicht stellen van meldingen voorbij zou gaan aan de onafhankelijkheid van staten. Onafhankelijke commentatoren merkten terstond op, dat dit bezwaar zou opgaan als ergens ter wereld een land  zou bestaan dat het rapporteren van misdaden zou verbieden. Zo’n land bestaat er echter niet. 

 

De Kerk is nog niet gewend aan de nieuwe open cultuur. Nog onlangs werd  vastgesteld dat slechts 1/3 van priesters die kinderen hebben misbruikt, uit hun ambt zijn gezet. Het vraagt om een cultuuromslag, dat de daad die vroeger als een vergeefbare zonde werd beschouwd nu een misdaad is die onvoorwaardelijk zwaar bestraft moet worden.

 

Suggesties, vragen, antwoorden en eigen ideeën

Voer de code in:

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.

Dit project is opgezet door mr Ed Schreurs voormalig migranten pastor

lid van Strategic Team van Catholic Church Reform International CCRI en coach van de opiniepeiling

<Room for Dialogue>

 

Grensheuvel 2, 5685 AG Best

+31 499 376480

 

www.catholicchurchreform.org/

 

Room for dialogue